Foto: Jurgen Tuttens

Wuyts en Decauwer in Zuid-Frankrijk

Als je zoals wij op een heerlijk afgelegen plek in de Zuid-Aveyron woont, dan ervaar je de natuur op een totaal andere manier. Na vijftig jaar in een West-Vlaams stadje gewoond te hebben is dit hier in Coupiac, wel even anders. Je staat veel dichter bij de natuur. Héél dicht zelfs, op dit moment, want onze torenvalkjes zijn weer een nest begonnen in de muur van onze schuur.

Een expert ben ik hoegenaamd niet, maar ik kan toch wel een aantal vogelsoorten op zicht onderscheiden. Je wordt hier dan ook dagelijks met allerlei gevederde gasten geconfronteerd. Ze nodigen zichzelf uit  in onze b&b, maar zijn niettemin zeer welkom. Ik ben me er dan ook gaan aan interesseren, kocht een vogelgids en een verrekijker, en leerde dat het best wel boeiend is om naar vogels te kijken. Ik die in de stad veelal mussen en merels zag, of af en toe een meesje in de tuin, wist hier soms niet wat ik allemaal zag. Je leert soorten kennen zoals zomertortels, zwarte roodstaart, Europese kanarie, hop, bonte en groene spechten, en zelfs de wielewaal, om nog niet te spreken van de vele soorten roofvogels. Op een dag maakte ik mee dat een vogel voortdurend tegen het glas van onze terrasdeur kwam aanvliegen. Dat bleek een gele kwikstaart te zijn. Een mooi slank, lichtgeel vogeltje, maar blijkbaar met een kwalijke neiging om tegen het glas aan te vliegen tot het hele glasraam vol vogelpootafdrukjes stond. Mijn helaas al te vroeg overleden goede vriend Mark, wist me als bioloog te verklaren waarom de vogel zicht zo gedroeg. Het beestje zag de reflectie van zijn eigen beeld in het glas en dacht er een concurrerend mannetje in te zien. Die wou hij uiteraard met bekwame spoed wegjagen…Ik heb dan maar de overgordijnen dicht gedaan en onze kwikstaart was helemaal gerust gesteld.

Vorig jaar kregen we een spektakel van een ander kaliber voorgesteld: een nest torenvalken. Het begon met het heel vluchtig, maar eindeloos herhaald liefdesspel boven op een electriciteitspaal, in de top van een boom of op nog andere hoog gelegen plekjes zoals ons dak. Vergeet de Kamasutra, want dit is pure acrobatie op grote hoogte. Later stelden we vast dat ze landden in een gat in de muur van onze schuur om er korte tijd later weer uit te vliegen. Ons huis is zeventiende eeuws en gebouwd met stapelstenen. Voor het huis staat de even oude schuur en in de lange gevel van dat gebouw ontbreekt een steen op zo’n zes meter hoogte. Die nis vonden de torenvalken het ideale plekje om aan gezinsuitbreiding te doen. Na verloop van tijd hoorden we het krijsen van de jongen telkens pa of ma een muisje kwam brengen naar hun hongerige kroost.

Nog later kwam er eerst eentje piepen in de opening, en enkele dagen later een tweede. Daar bleef het dus bij. Twee jongen. Ze zaten naast elkaar naar buiten te kijken en het leek wel of ze voortdurend commentaar gaven op alles wat ze zagen. Gezien ik in die periode elke dag naar de aankomst van de rit van de Tour de France keek, dacht ik meteen aan Michel Wuyts en José Decauwer, bij het zien van die twee 'commentatoren' in onze muur. Ze keken naar alles wat bewoog: gasten van onze b&b die koffers binnen brengen of buiten dragen, gasten  die gaan wandelen, auto’s die komen aangereden op onze parking, mensen die op het terras genoten van een koele rosé, of ikzelf die vertrok om brood te halen bij de bakker voor het ontbijt. Daarbij gingen die twee kopjes altijd synchroon naar links of rechts.

Zolang alles rustig was, bleven ze netjes zitten mooi te wezen. Maar zodra iemand zijn stem durfde te verheffen of al te enthousiast reageerde, trokken ze zich vliegensvlug terug in het gat in de muur. De commentaarkabine van Wuyts en Decauwer, zeg maar.

Ze werden steeds groter en hun verenkleed steeds mooier. Op een dag vloog er eentje stuntelig uit het nest en landde op het dak van onze open schuur, gevolgd door de moeilijke vliegoefeningen. Het duurde nog een volle dag voor de tweede hetzelfde deed.  Ze bleven bovendien nog enkele weken in de buurt hangen. Daarna verdwenen ze voor goed. De Tour was gedaan en Wuyts en Decauwer waren weg.

Tot onze grote vreugde stelden we eind april vast dat het scenario van vorig jaar zich herhaalde. De acrobatie, het aanvliegen, en nu wachten we dus vol spanning tot er weer jonge torenvalkjes aan de rand van het gat zullen verschijnen. Zullen het er weer twee zijn, zoals Wuyts en Decauwer, of wordt het dit jaar een hele wielerploeg? We zullen het binnenkort weten en we zullen onvoorwaardelijk supporteren voor hun ploeg!